Ga direct naar de contentGa direct naar de footer

Drie kenmerken van alzheimer

In 1906 werd de ziekte van Alzheimer ontdekt door de arts Alois Alzheimer. Bij het bestuderen van de hersenen van mensen met Alzheimer zag hij dat er drie dingen gebeuren:

  1. Eiwitten klonteren samen tussen de hersencellen. Deze ophopingen noemen we 'plaques’.
  2. Er ontstaan kluwen van eiwitten in de hersencellen zelf. Dat noemen we 'tangles'.
  3. De hersenen van mensen met de ziekte van Alzheimer worden steeds kleiner.

Deze dingen gebeuren niet allemaal tegelijk. Het begint met de plaques. Tegenwoordig weten wetenschappers dat de plaques ontstaan door het eiwit amyloïde. Ze vermoeden dat amyloïde de belangrijkste oorzaak is van de ziekte van Alzheimer. De ophopingen worden ook wel amyloïde plaques genoemd.  

Fabriekjes maken twee soorten amyloïde

Het eiwit amyloïde is een onderdeel van een groter eiwit: APP. APP staat voor amyloïde Precursor Proteïne. Wat dit grotere eiwit precies doet, is nog niet bekend.

Als APP afgebroken wordt, kan amyloïde daaruit 'geknipt' worden. Dat doen weer andere eiwitten, de 'Presenilines'. Dit zijn een soort kleine mobiele fabriekjes. Ze kunnen APP op verschillende manieren veranderen. De ene manier maakt 'amyloïde-bèta 40' en de andere manier maakt 'amyloïde-bèta 42'. Het verschil zit in het aantal bouwstenen van het eiwit. amyloïde-bèta 42 heeft 42 delen en amyloïde-bèta 40 heeft er 40. amyloïde-bèta 42 is giftiger. Dat komt waarschijnlijk door de extra twee bouwstenen. Door die bouwstenen is amyloïde bèta 42 veel gevoeliger voor samenklonteren. Er ontstaan dus eerder amyloïde plaques.  

Meer amyloïde aanwezig bij alzheimer

Ook gezonde mensen maken amyloïde aan. Toch zien we bij mensen met Alzheimer veel meer plaques dan bij anderen. Hoe kan dat?

  • Op jonge leeftijd: erfelijkheid
    In ongeveer 5 procent van de gevallen krijgt iemand alzheimer door een erfelijke afwijking. Deze heeft te maken met het APP-eiwit. Sommige mensen maken hier te veel van aan. Bij anderen worden de fabriekjes die APP opknippen (Presenilines) niet goed aangemaakt. De Presenilines die wel worden aangemaakt hebben een voorkeur om het extra giftige amyloïde-bèta 42 te maken. Daardoor krijgt iemand sneller Alzheimer. Mensen met deze erfelijke alzheimer krijgen de ziekte vaak al op jonge leeftijd. Rond de veertig of vijftig jaar.
  • Op oudere leeftijd: amyloïde wordt minder goed afgevoerd
    Wetenschappers denken dat bij oudere mensen die Alzheimer krijgen het eiwit amyloïde minder goed wordt afgevoerd. Hier zijn meerdere onderzoeken naar gedaan. Dat laat onder andere zien dat er verschillende dingen zijn die het risico op Alzheimer verhogen: diabetes, roken, hoge bloeddruk, (te) weinig beweging en hart- en vaatziekten. Deze oorzaken hebben geen directe invloed op de aanmaak van amyloïde. Wel hebben ze negatieve invloed op onze bloedvaten. En daardoor misschien ook op de afvoer van amyloïde. Maar dit moet nog verder onderzocht worden voor het echt zeker te zeggen is. 

Medicijnen die invloed hebben op amyloïde

Stel dat amyloïde inderdaad een oorzaak is van de ziekte van Alzheimer. Hoe kunnen we dan de aanmaak van het eiwit verminderen of de afvoer van ervan verbeteren? Op dit moment testen onderzoekers al medicijnen die amyloïde uit de hersenen verwijderen. Sommige van deze medicijnen lijken dat ook echt te kunnen. 

Helaas merken mensen die deze medicijnen gebruiken daar niets van. De eerste amyloïde plaques ontstaan namelijk al twintig jaar voordat iemand last krijgt van de symptomen van Alzheimer. Tegen de tijd dat het duidelijk is dat iemand de ziekte heeft, is het dus al te laat. Misschien moeten deze medicijnen dus al eerder worden voorgeschreven. 

Lees verder:

De oorzaken van alzheimer

De informatie op deze pagina komt uit een artikel van dr. Wesley Jongbloed, uit 2013. Hij was toen onderzoeker aan het VUmc Alzheimercentrum.